Museumsite & Katoenspinnerij

(c) Lieve Van Schoors

Het MIAT is gehuisvest in de voormalige katoenspinnerij Desmet-Guequier. Ooit was hier een enorme bedrijvigheid. De textielarbeiders van toen zijn er niet meer. Hun herinneringen en verhalen leven verder in het museum.

De groei van de fabriek

Pieter Van Huffel was de eerste die op dit terrein zijn onderneming startte. De preciese datum is niet bekend. Hij kreeg een grote opdracht voor de verwerking van 6 balen ruw katoen op de markten van Basel en Frankfurt. Dat was in 1819. Dit zorgde voor voldoende financiële slagkracht om een stoommachine aan te kopen. Naast de katoenspinnerij werd ook een katoenweverij opgericht rond 1830.

Nieuwe eigenaars

Pierre Guequier en Ferdinand Dierman namen het bedrijf over in 1845. Zij voerden meteen grote werken uit. Guequier kocht in 1854 zijn vennoot uit. Met zijn schoonzoon Adolphe Desmet startte hij enkele jaren later een nieuw vennootschap op. Vanaf 1864 spreekt men over de fabriek 'Desmet-Guequier & Compagnie'.

Focus op katoen

De weverij werd in de loop der jaren opgedoekt. Het bedrijf legde zich toe op de katoenspinnerij. De fabriek 'Desmet-Guequier' was een kleinere katoenspinnerij in Gent. 99 arbeiders werkten er begin 1862. Zij werkten tussen de 7 à 11,5 uur per dag. Dit was beduidend minder dan in andere fabrieken, dat kwam door de hoge technische werkloosheid bij vriesweer.

Crisis in de katoennijverheid

De Amerikaanse burgeroorlog van 1861 tot 1865 had zware gevolgen voor de verouderde Gentse katoenindustrie. De import van Amerikaanse grondstoffen viel stil en ook het werk in verschillende katoenfabrieken. De financiële moeilijkheden van 'Desmet-Guequier' waren geen uitzondering. Door injecties van steeds nieuwe geldschieters overleefde de fabriek.

Union Cotonnière

In 1914 fusioneerden acht Gentse katoenspinnerijen tot de Union Cotonnière (UCO). Enkele jaren later werd ook de fabriek 'Desmet-Guequier' overgenomen. In die periode veranderde er erg veel.

Conflict rond loonsverhoging

In de jaren 1950 heerste er een conflict rond loonsverhoging. Onder leiding van de drie grote vakbonden werd massaal betoogd. Ook de bedienden van de verschillende UCO-vestigingen stapten mee op; met weinig resultaat. In 1975 besliste UCO de afdeling aan de Oudevest te sluiten en het gebouw kwam zo leeg te staan.

Een modern Manchesteriaans fabrieksgebouw

Fabrieksbazen streefden naar brandveilige en stevige gebouwen. De 'textile mill' is een nieuw type gebouw dat ontstond vanuit de Engelse textielsector. De exploitatie en de de rendabiliteitseisen bepaalden de grootte van het gebouw. Vooruitgang in bouwmaterialen zorgde voor optimale lichtinval, stabiliteit en brandveiligheid.

Bronnen: S. HUYSMAN. Filature Desmet-Guequier - 200 jaar textielgeschiedenis. in: Geschiedenis: zijn werk, zijn leven.